ActionTypes® 

De betekenis voor maatwerk en individualiseren bij het coachen, trainen, begeleiden en motiveren in sport, (speciaal) onderwijs, zorg en bedrijfsleven. Begrijp de synergie tussen cognitie, emotie en motoriek.  Onderzoek jouw eigen voorkeuren en hoe jij die inzet voor jouwzelf en richting de ander.  Genereer meer door zelfkennis en inzicht in jouw eigen voorkeuren en die van je sporter, leerling / student, of wie dan ook. Je kunt ActionTypes inzetten voor 1 persoon of voor teams. Dat is ActionTypes in het kort. Be Like Me en One Size Fits All is echt verleden tijd. Welkom in de wereld van ActionTypes.

De ontstaansgeschiedenis en de betekenis van ActionTypes®

Bertrand Théraulaz en Ralph Hippolyte startten al in de jaren tachtig met hun zoektocht naar de achtergronden van de individuele verschillen in motoriek voorkeur die ze samen met Peter Murphy constateerden. Waar Murphy zich richtte op het vergroten van de coach-trainbaarheid van de individuele sporter en team doken zijn Zwitserse en Franse collega steeds dieper in de wereld van motoriek en bewegen. Met verassende en ogekende uitkomsten. Zij legden vele onbewuste voorkeurspatronen zoals de manier van bewegen bij mensen bloot en hoe je die met simpele testjes kan opsporen! Baanbrekend om zo de diepe relatie tussen cognitie, emotie en motoriek te laten zien. En vooral hoe in te zetten in de dagelijkse praktijk. 

Plaatsen van de voet bij strekken van het been

plaatsen-voet-bij-strekken-been

Positie van de voet/hak bij gebogen been

positie-hak-bij-gebogen-been

Zoek de verschillen!

zoek-de-verschillen

De stelling dat de ideale (voor iedereen geldende) techniek niet bestaat, wordt zo langzamerhand door deskundigen als gemeengoed beschouwd. We zien immers in allerlei sporten cruciale verschillen tussen wereldtoppers, zonder dat gesteld kan worden dat de ene stijl beter of slechter werkt dan de andere. Op de foto’s twee voorbeelden van opmerkelijke verschillen bij de atletieksprint en in het rugby ter illustratie. Deze laten zien dat motoriek en derhalve ook techniek persoonsgebonden zijn.
Théraulaz en Hippolyte ontdekten waar deze en andere verschillen vandaan komen. Zij maken met hun ActionTypes Benadering (ATB) een als eersten een enorme verdieping naar de betekenis van voorkeuren en bewegen. Vandaag de dag zijn we dankzij de ATB in staat techniekvorming af te stemmen op de unieke, individuele motoriek. Bovendien wordt duidelijk hoe cognitieve, emotionele, mentale en motorische voorkeuren binnen de persoon verbonden zijn.
In het toegankelijk maken van deze inzichten in Nederland wordt Peter Murphy in de beginperiode ondersteund door Jeffrey Jansen. Met sportpsycholoog Jan Huijbers schrijft hij in 2006 het boek Totaalcoachen met daarin vervat de ideeën over ActionTypes. Later voegt Bennie Douwes zich bij Murphy. Samen richten zij zich met name op de praktische toepassing, het helder maken van het coachen en het trainingsproces met de inzichten van ActionTypes. Sporten kennen hun eigen interne logica, alleen vraagt die logica om differentiatie naar het individu. Zo wordt maatwerk in het ontwikkelingsproces geboden.
Het gaat bij ActionTypes om voorkeuren in menselijk gedrag op zowel cognitief, emotioneel/ mentaal als motorisch niveau. Lichaam en geest is één. Dat gezegd hebbende is het altijd mogelijk om gedrag te laten zien aan de niet voorkeurskant. Die keuze is er altijd. De verschillende voorkeuren van mensen kunnen inmiddels naast vragenlijsten ook door specifieke fysieke ActionTypes testjes boven water worden gehaald! ActionTypes is een eclectische benadering, d.w.z. het werk van diverse deskundigen ligt aan de verworven inzichten ten grondslag. Wie iets waardeert kent de historie, vandaar dit overzicht met mensen die een bijdrage leverden.

ontstaan-actiontype_transp

Carl Gustav Jung (1875 – 1961)
Deze Zwitserse psychiater is grondlegger van de analytische psychologie. Het centrale doel van Jungs psychologie is het proces van de zelfverwezenlijking. Naast het ‘ik’ onderkent Jung het ‘zelf’, een totaliteit om het ‘ik’ heen die zowel het bewuste als het onbewuste deel van de persoonlijkheid omvat. Dit onbewuste deel staat in contact met een dieperliggende laag die hij het collectief onbewuste noemde. Dit laatste is in principe een onbegrensd gebied, en de aller-onderste lagen ervan zijn zelfs nooit bewust te maken.
De realisatie van het ‘zelf’ zag Jung als een proces dat gekenmerkt wordt door de vereniging van tegenstellingen in de mens. Jung (INTP) ontdekte in zijn analyses dat voorkeuren binnen de tegenstellingen extraversie/introversie, sensing/intuïtion en thinking/feeling het één en ander vertellen over de structuur van mensen. Het meest bekend werd Carl Jung wellicht door zijn baanbrekende boek “Psychological Types” uit 1921.

Isabel Briggs Myers (1897-1980)
Isabel Briggs Myers werd thuis opgeleid door haar moeder Catherine Cook Briggs. Hun interesse voor persoonlijkheidsontwikkeling kende een enigszins merkwaardige achtergrond, vanuit hun perceptie vonden ze de man van Isabel aan de ene kant een ‘vreemde snuiter’ maar zagen in dat bijzondere ook een meerwaarde. Met Jung zijn ‘Psychological Types’ en de dimensies energie verkrijgen, informatie verzamelen en beslissen voor ogen bestudeerden moeder en dochter Briggs mensen. Uiteindelijk voegden ze een vierde dimensie aan de opvattingen van Jung toe, namelijk die van de levensstijl met judging/ perceiving als paar van tegenstellingen. Hun op de aldus ontstane vierdeling in dimensies gebaseerde vragenlijst groeide uit tot wat het vandaag de dag is: de wereldwijd meest gebruikte persoonlijkheidstest, de Myers Briggs Type Indicator® (MBTI®).

David Keirsey (1921 – 2006)
Persoonlijkheid kun je onderscheiden in het (voorbestemde) temperament en het vormbare karakter. Ver voor Christus werd al over vier temperamenten (leeuw, os, adelaar en mens) gesproken en ook grootheden uit de Griekse Mythologie als Hippocrates, Plato en Aristoteles kwamen net als velen na hen vanuit verschillende invalshoeken tot vergelijkbare vierdelingen in temperamenten. David Keirsey, professor emeritus in de psychologie en destijds werkzaam aan de California State University, herkende de temperamenten in de beschrijvingen van Myers-Briggs.
Al snel ontdekte hij de overeenkomsten tussen de vier NT-types en het flegmatische temperament, hetzelfde gold voor de vier NF-types en het cholerische temperament. Pas later zag Keirsey dat, anders dan Myers-Briggs vermoedde, het sanguine temperament werd vertegenwoordigd door de vier SP-types en het melancholische temperament door de vier SJ-types. Keirsey zijn boek “Please Understand II” wordt algemeen gezien als een standaard-werk voor de temperamentenleer, de door hem geformuleerde omschrijvingen en de benamingen van vakman (SP), wachter (SJ), rationalist (NT) en idealist (NF) zijn vandaag de dag wijd ingeburgerd.

Walter Lowen (1921-2006)
In het jaar 1982 presenteert dr. Walter Lowen zijn boek “Dichotomies of the Mind” met daarin aanwijzingen voor toepassing in de sport. Zijn model onderscheidt voorkeuren voor de volgorde van de inzet van fijne en grove motoriek, alsmede combinaties daarvan in relatie tot de door Myers Briggs benoemde zestien types. Met zijn inzichten legt Lowen als eerste een koppeling tussen mentale en motorische voorkeuren. Zijn model komt nog meer tot leven als hij in zijn boek “Personality Types” uitlegt hoe het verwerken van informatie zich tot de verschillende bewustzijnsniveaus verhoudt, hoe het korte en lange termijngeheugen in dat opzicht werken en hoe gedrag daaruit voorvloeit.
Lowen komt tot de conclusie dat iemand in zijn creativiteit gestimuleerd raakt zodra zijn minst bewust beleefde informatieverwerker wordt geactiveerd, d.w.z. kinethische informatie voor mensen met SF-voorkeuren, tactiele informatie voor mensen met ST-voorkeuren, verbale informatie voor mensen met NF-voorkeuren en intellectuele informatie voor mensen met NT-voorkeuren. Walter Lowen slaagde er in zijn model ook in de functies over de hersenen te verdelen en de profielen in ontwikkelingsvolgorde te ordenen.

Katherine Benziger
Dr. Benziger (1947) is neuropsycholoog en boog zich over de inzichten zoals die door Carl Gustav Jung waren gepubliceerd. In haar samenwerking met onder andere onderzoeker/neurochirurg Dr.Karl Pribram bouwde Benziger een uitgebreid neurofysiologisch model en spreekt ze in termen van frontal left (T), basal left (S), basal right (F) en frontal right (N), aldus refererend aan de plaatsen in de hersenen zoals ook Lowen die indicatief benoemde. Daarnaast wekte Benziger aanzien vanwege haar fysiologische onderbouwing van de begrippen extraversie en introversie door dit te verklaren vanuit een lage respectievelijk hoge reticulaire activiteit in de hersenen.
In haar bekendste boek “Thriving in Mind” onderbouwt Katherine Benziger de gevolgen van wat Jung “falsification of type” noemde. Met als belangrijke conclusie dat het negeren van de koers-bepalende rol van de dominante functie veelal ten grondslag ligt aan ziektes als burn-out, depressie en verslaving. Uit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dat de problematiek enorm is. Haar bevindingen worden als de “Benziger Breakthrough” betiteld.
Benziger haar ervaringen zijn dat vragenlijsten, hoe uitgebreid en verfijnd die ook mogen zijn, dikwijls niet de oorspronkelijke voorkeuren weten te achterhalen. De mensen die ze invullen kunnen van hun voorkeuren vervreemd zijn, in een bepaalde levensfase bewust een andere mentale functie sterker beleven of sociaal wenselijk antwoorden geven.

Godelieve Denys-Struyf (1931 – 2009)
Haar methode van spier- en gewrichtsketens werd ontwikkeld in de jaren 1960-1970 en kreeg haar initialen GDS mee. Godelieve Denys-Struyf is kinesitherapeut en osteopaat, haar aanleg voor observatie (afgestudeerd aan de Academie voor Schone Kunsten te Brussel in portrettekenen) maakte het mogelijk een holistische kinesitherapie te ontwikkelen, d.w.z. een therapie die gebaseerd is op verbanden tussen onze lichaamsbewegingen, lichaamsvormen en onze gedragspatronen. Deze diepere verbondenheid zien we terug binnen de ActionTypes benadering, daarin wordt met name gebruik gemaakt van de bevindingen van Denys-Struyf op het gebied van het voorkeursgebruik en de ontwikkeling van individuele spierketens.

Raymond Sohier
Binnen ActionTypes® was door Ralph Hippolyte en Bertrand Théraulaz met gebruikmaking van bovengenoemde inzichten al veel over de relatie tussen cognitieve voorkeuren en individuele motoriekverschillen ontdekt. Toch was de cirkel nog niet volledig rond, er ontbrak nog een schakel. Het waren de inzichten van de Belgische kinesitherapeut Raymond Sohier (1923) die voor een verdere doorbraak zorgden. Zijn observaties en onderbouwing ten aanzien van twee verschillende manieren van voortbewegen en verschillen in lichaamszwaartepunt konden aan de tweede dimensie van Jung worden gekoppeld. Hippolyte en Théraulaz noemen het “walking from the bottom” (S-voorkeur, front side mechanics) en “walking from the top” (N-voorkeur, back side mechanics).

Jonathan Niednagel
In het begin ’90 heeft de Amerikaan Jon Niednagel (1948) als eerste de ideeén van Jung, Myers-Briggs en Lowen toepasbaar gemaakt en geïntroduceerd in de sport. Hij richt zich vooral op de lichaamsbouw, de spraak en motorische vaardigheid en noemt zijn systeem BrainTypes. Niednagel heeft inmiddels ook een eigen lettercodering geïntroduceerd en verwijst slechts zijdelings nog naar de dimensies van Jung en de volgorde van Lowen. Toch ligt die relatie nog steeds aan zijn typeringen ten grondslag en komt hij langs zijn eigen weg tot vergelijkbare bevindingen.

Bertrand Théraulaz en Ralph Hippolyte
Ralph Hippolyte (INFP) was tot voor kort docent sportmethodologie aan het INSEP, het Franse nationale sportinstituut, in Parijs. Bertrand Théraulaz (ENTP) studeerde af in biologie en sport en combineerde zijn ActionTypes® bezigheden met zijn werk voor het Zwitsers Olympisch Comitée. Hun verhaal start in de beginjaren ’80 toen zij zich samen met Peter Murphy bogen over de motoriekverschillen die zij bij mensen in zijn algemeenheid en bij sporters in het bijzonder waarnamen. Hun onderlinge samenwerking in alle tussenliggende jaren leidt vandaag de dag tot de unieke inzichten die in ActionTypes® zijn vertegenwoordigd. Het stelt coaches in staat om maatwerk te leveren aan hun sporters of wie dan ook, hun coachbaarheid te vergroten en zo tot hogere niveaus van persoonlijke efficiency en expressie te komen.

Peter Murphy, Jan Huijbers en Bennie Douwes
Peter Murphy introduceerde half jaren ’90 ActionTypes in Nederland en richtte de ActionTypes Academy Nederland op. De voormalige volleybalcoach, prestatiemanager van NOC*NSF en fysiotherapeut schrijft in 2006 samen met Jan Huijbers het standaardwerk “Totaalcoachen”. De 10e druk van het boek is in samenwerking met Bennie Douwes totaal gereviseerd met de nieuwste ActionTypes inzichten en praktische voorbeelden. Deze volledig herziene druk onder de naam TotaalcoachenXL is in de loop van 2015 op de markt verschenen.

De ActionTypes Benadering wordt door middel van een leergang onderwezen onder de naam “Praktisch werken met ActionTypes”. Ook maakte ActionTypes jarenlang deel uit van het curriculum Mastercoach in Sports scholing bij NOC*NSF. Inmiddels wordt ActionTypes toegepast in de sport, het onderwijs, de zorg en het bedrijfsleven. Voetbal, hockey, volleybal, tafeltennis, badminton, honkbal, golf, handbal, taekwondo, schaatsen, gymnastiek, wielrennen, basketbal, zwemmen en paardensport om enkele voorbeelden te geven.